Aanvullende artikelen


Deze artikelen zijn verdere verdiepende bijdragen, behorende bij het hoofdartikel ‘Historiciteit en Spiritualiteit’.




< Terug naar inhoudsopgave

Magdalenabasiliek van Vézelay

De afbeelding is een pastel van 50 x 70cm., gemaakt door de auteur Aartjan van den Berg in 1988. Het stelt voor het Pinkstertimpaan boven de ingang van het schip van de Magdalenabasiliek in Vézelay in Frankrijk. Het timpaan brengt de integrerende spiritualiteit van het christendom tot uitdrukking.

Christus, als de uit de dood verrezen levende, zit temidden van de mensen. De amandelvormige stralenkrans (mandorla) is het teken van de heerlijkheid van de Verrezene. De mensen rondom hem zijn niet alleen zijn volgelingen, maar iedereen. Daarin is uniek, dat de kunstenaar of kunstenaars die dit gemaakt hebben, elke vorm van dwang- of machtsmiddel hebben weggelaten. Het timpaan ademt een sfeer waarin God de vrijheid van ieder mens respecteert. Op een tekening van de auteur van dit timpaan staat aangegeven welke mensen hier onder meer worden afgebeeld.

 

Te zien is zo ongeveer de gehele wereld rond Christus, zoals de mensen in de 12e eeuw, toen dit beeldhouwwerk gemaakt werd, zich de volkerenwereld voorstelden. Mensen, die zeer ver van Frankrijk woonden, stelde men zich voor als wezens, die er wel anders uit moesten zien, zoals in de 20e eeuw wezens van de planeet Mars werden afgebeeld als marsmannetjes en in onze tijd nog steeds leven ver verwijderd van onze planeet als afwijkend wordt gedacht. De Byzantijnen vertegenwoordigden de oosterse orthodoxie. Het timpaan straalt een vredige sfeer uit. Maar het is gemaakt in een tijd toen het zeer roerig was in Vézelay en in geheel Frankrijk. Ook in de kleine stad Vézelay woedde een burgeroorlog, die aan menig inwoner het leven kostte, waaronder abt Artaud († 1106), een prior van de abdij. In deze tijd van moord en doodslag maakte een kunstenaar of meerdere kunstenaars – we kennen geen namen - dit beeldhouwwerk. Volgens de historicus Raoul Bauer als een teken van tegenspraak.[1]

 

De basiliek ligt op een heuvel en is van verre reeds zichtbaar. Het is blijkbaar een bijzondere plaats, die genoemd wordt de ‘eeuwige heuvel’. Volgens de overlevering is naar deze plaats het gebeente van Maria Magdalena gebracht. De kerk is vertrekpunt van één van de vier pelgrimswegen in Frankrijk naar Santiago de Compostela in Spanje.

 

Tekening van de ‘eeuwige heuvel met de Magdalenabasiliek, overgenomen uit ‘Pèlerinage de la Paix’, 19 – 22 Juillet 1986.

 

 

De symboliek van deze kerk is  afgestemd op het paasgebeuren. De narthex werd in de middeleeuwen Galilea genoemd. Vanuit Galilea pelgrimeerde Jezus naar Jeruzalem. Deze voorhal is vrij donker. Vanuit de narthex betreedt de bezoeker, gaande door de ingang met het Pinkstertimpaan, het schip van de kerk. Dit schip is  lichter dan de voorhal, zoals ook het koor weer lichter is dan het schip van de kerk. Vanuit het donker loopt de bezoeker als het ware naar het licht. Dit symboliseert de weg van Jezus en van ieder mens vanuit het donker van de dood naar het licht van Pasen, het licht van de opstanding. Op 22 juli, de gedenkdag van Maria Magdalena valt het zonlicht zodanig in het schip van de kerk, dat er als het ware een weg ontstaat van lichtstappen in de richting van het koor van de kerk.

Foto Yvan Vogade

 

 




De kerk is ook beroemd vanwege haar vele gebeeldhouwde kapitelen. Zeer bekend is het kapiteel van de mystieke molen waarin het koren van de Mozaïsche wet gemalen wordt door Christus tot het meel van de gerechtigheid van het evangelie. Maar ook hier zijn voorbeelden te vinden van de integrerende spiritualiteit, zoals bijvoorbeeld in het kapiteel waarop Benediktus een kind opwekt ten leven. Op het nagetekende beeldhouwwerk is Benediktus te herkennen aan zijn gewaad, zijn monikkenkruinschering en aan het boek met de orderegel. Hij zegent het lichaam van het kind dat in een linnendoek gewikkeld aan de voet van een palmboom ligt. De vader van het kind, een boer, staat er naast, steunend op zijn gereedschap. De andere zijde van het kapiteel laat het weggaan van de vader met het levende kind zien.

 

Aantekening



[1] Raoul Bauer, Een verhaal van vrijheid en macht, Vézelay, Kapellen 1987, hoofdstuk III pag.111-140.



< Terug naar inhoudsopgave