Aanvullende artikelen


Deze artikelen zijn verdere verdiepende bijdragen, behorende bij het hoofdartikel ‘Historiciteit en Spiritualiteit’.




< Terug naar inhoudsopgave

Kerkhistorische en actuele spirituele ervaringen

 

Inhoud

 

1 Spirituele ervaringen in 20 eeuwen christendom

2 Actuele spirituele ervaringen

Aantekeningen

 

1 Spirituele ervaringen in 20 eeuwen christendom

 

In het begin van de derde eeuw kwam de kerk tot de conclusie dat een spirituele ervaring niet alleen erkend kon worden als een mogelijke werking van de Heilige Geest, maar werd er tevens op aangedrongen deze ervaringen op te schrijven en ze ter versterking van het geloof voor te lezen.[1] Daardoor bleven verschillende spirituele ervaringen bewaard. Daarvan volgt nu een kleine selectie.

 

Perpetua († 7 maart 203)

Op de laatste dag vóór onze strijd (met de wilde dieren in de arena) had ik het volgende visioen. De diaken Pomponius kwam aan de deur van de kerker en klopte hard. Hij droeg een wit kleed zonder ceintuur met allerlei versieringen onder de zoom. Hij zei tot mij: ‘Perpetua, wij wachten op je, kom!’. Hij nam mij bij de hand en leidde mij over oneffen en kronkelige wegen. Nauwelijks waren wij hijgend bij het amfitheater gekomen of hij leidde mij midden in de arena en zei: ‘Wees niet bang. Ik ben hier bij je en help je in de strijd’. Hierop ging hij heen. (Tot haar verwondering streed zij niet met wilde die­ren, maar met een lelijk uitziende Egyptenaar en met een reus. Zij overwon beiden en hoorde zeggen: "dochter, vrede zij met je'. Daarop werd zij wakker en op grond van het visioen kreeg zij het inzicht dat zij niet tegen de wilde dieren, maar tegen de duivel zou vechten).[2]

 

Symeon van Mesopotamië (4e eeuw)

Eens werd hij tijdens het gebed weggevoerd in grenzeloze diepte van zoete ervaring, zodat hij al het aardse vergat en vervuld werd met het goddelijke, hemelse, onbegrensde, onbegrijpelijke en wonderbare, wat geen menselijke mond tot uitdrukking kan brengen.[3]

 

Augustinus (354 – 430)

Ik zag met het oog van mijn ziel, boven mijn geest een onveranderlijk licht, niet het gewone licht, dat ieder lichamelijk oog kan zien en ook niet van dezelfde soort maar dan groter, alsof het veel en veel helderder lichtte en met zijn grote glans het geheel vervulde. Dat was het niet, maar een ander, geheel anders dan dat alles. En het was niet zo boven mijn geest, als olie op het water drijft en ook niet als de hemel is boven de aarde, maar het was hoger, omdat het mij gemaakt heeft en ik was lager, omdat ik door dat licht gemaakt ben. Wie de waarheid kent, kent het, en wie het kent, kent de eeuwigheid.[4]

 

Symeon de Nieuwe Theoloog (949-1022)

Omstreeks 970 overkwam hem een buitengewone geestelijke ervaring die een onuitwisbare indruk op hem maakte. Plotseling verscheen van boven in volle rijkdom een heilige verlichting en vervulde heel de plaats. In een hymne van hem zegt hij daarvan:

            Maar de afglans van Uw goddelijke glorie laat zich aan ons zien:

            het is een eenvoudig licht, een lieflijk licht;

            als licht openbaart het zich, als licht –zo meen ik-

            verenigt het zich helemaal met ons geheel, Uw dienaren,

            licht dat men in geest en van verre aanschouwt,

            licht dat zich plotseling blootgeeft in het binnenste van ons,

            licht dat opborrelt als water en brandt als vuur

            in het hart dat het waarlijk in bezit neemt.[5]

 

Hildegard van Bingen (1098-1179)

Het gebeurde in mijn 43ste levensjaar, dat ik zeer bevreesd en bevend van geconcentreerde aandacht, opzag naar een hemels visioen. Toen zag ik plotseling een buitengewoon grote lichtglans van waaruit een stem van de hemel tot mij sprak. ‘Jij, zwakke mens, opgebrand, vergankelijk uit vergankelijkheid, zeg en schrijf op, wat je ziet en hoort.[6]

 

 

Franciscus van Assisi (1181-1226)

De Heer heeft mij, broeder Franciscus, aldus het begin gegeven van een leven in boetvaardigheid: toen ik in zonden leefde, vond ik het erg bitter melaatsen te zien. En de Heer zelf heeft mij tussen hen gebracht en ik heb hun barmhartigheid bewezen. En toen ik wegging, was wat ik bitter vond voor mij omgeslagen in zoetheid naar ziel en lichaam.[7]

Bonaventura schreef daarover in Legenda Maior het volgende. Op zekere dag reed hij te paard in de vlakte bij Assisi, toen hij een melaatse tegenkwam. Die onverwachte ontmoeting wekte niet weinig afkeer bij hem op. Maar toen dacht hij opeens aan zijn voornemen om de volmaaktheid te betrachten, en overwoog hij, dat hij eerst zichzelf moest overwinnen, als hij een goed soldaat van Christus (2 Tim.2:3) wilde worden, en daarom sprong hij meteen van zijn paard om de melaatse een kus te geven. En toen deze zijn hand uitstak om een aalmoes te krijgen, gaf hij hem bovendien nog geld. Toen hij kort daarop weer te paard steeg en omkeek, kon hij de melaatse nergens meer ontdekken, hoe hij ook rondkeek, terwijl de vlakte toch volkomen open was en het uitzicht door niets werd belemmerd. Vol verwondering en vreugde begon hij toen opgetogen Gods lof te zingen, en nam hij zich voor om in het vervolg steeds naar het hogere te streven.[8]

 

Hadewijch (ca.1230-1260)

Ik werd weggevoerd naar iets als een weiland, een open vlakte die de onmetelijkheid der volmaakte deugden genoemd werd. In deze vlakte stonden bomen, en ik werd naar die bomen geleid. En mij werden de namen van deze bomen geopenbaard en de geestelijke betekenis van deze namen.[9]

 

Gertrudis de Grote (1256-1301)

Eens, tussen Pasen en hemelvaart, begaf ik mij vóór de priem (morgengebed) naar het binnenpad, ging bij de vijver met vissen zitten en mediteerde over de liefelijk­heid van het plek­je. Alles: de helderheid van het voorbij stromende water, het groen van de bomen rondom, de vrije vlucht van de vogels, in het bijzonder de duiven, maar vooral de hemel­se rust vervulde mij met welgevallen. Ik begon te overwe­gen wat er aan dit verblijf nog zou kunnen worden toege­voegd om de vreugde volkomen te maken. Ik bedacht dat ik een vriend zou moeten hebben die mij op vertrouwde, aanhankelijke en toegedane wijze deze een­zaamheid zoeter zou maken. Toen heeft U, mijn God, bron van onbeschrijfe­lijke vreugde, mijn gedachten op U geves­tigd; zonder twijfel bent U het geweest die mij de ge­dachte ingaf. U heeft mij laten zien hoe mijn hart een aangename woning voor U zou kunnen worden.[10]

 

Heinrich Seuse of Suso (1295 – 1366)

Hij stond alleen in het koorgestoelte van de kerk. Plotseling werd zijn ziel aangegrepen in zijn lichaam, of buiten zijn lichaam. Toen zag hij wat onuitsprekelijk is. Het was vormloos en vertoonde geen gedrag en toch had het de vreugdevolle heerlijkheid van alle vormen en gedragingen in zich.[11]

 

Blaise Pascal (1623-1662)

Het jaar des Heren 1654.

Maandag, 23 november, dag van Sint-Clemens, paus en martelaar, en anderen van het martyrologium, Vooravond van Sint-Chrysogonus, martelaar, en anderen, Vanaf ongeveer half elf ’s avonds tot ongeveer half een ’s nachts.

Vuur

'God van Abraham, God van Isaac, God van Jacob', niet die van wijsgeren en geleer­den.

Zekerheid. Zekerheid. Aandoening. Vreugde. Vrede.

God van Jezus Christus.

Deum meum et Deum vestrum.

'Uw God zal mijn God zijn.'

De wereld vergeten, en alles, buiten God.

Hij wordt slechts gevonden langs de wegen, die in het Evange­lie worden geleerd.

Grootheid van 's mensen ziel.

'Rechtvaardige Vader, de wereld heeft u niet gekend, maar ik heb U gediend.'

Vreugde, vreugde, vreugde, tranen van vreugde.

Ik heb me van Hem afgescheiden:

Dereliquerunt me fontem aquae vivae.

'Mijn God, zult Gij mij verlaten?'

Dat ik in eeuwigheid niet van Hem gescheiden worde.

'Dit is het eeuwig leven, dat zij U kennen, de enig ware God, en Dien Gij gezonden hebt, Jezus Christus.'

Jezus Christus

Jezus Christus

Ik heb mij van Hem afgescheiden; ik ben voor Hem gevlucht, heb Hem verloochend, gekruisigd.

Dat ik nooit van Hem gescheiden worde.

Men kan Hem slechts bij zich houden langs de wegen, die in het Evangelie worden geleerd.

Algehele en zoete zelfverloochening.

Algehele onderwerping aan Jezus Christus en aan mijn geeste­lijke leidsman.

Eeuwig in vreugde voor een dag oefening op aarde.

Non obliviscar sermones tuos. Amen.[12]

 

 

Simone Weil (1909-1943)

Ik had vaak barstende hoofdpijn; elk geluid trof mij als een slag. Door een ernstige poging me te concentreren, was ik in staat boven dit armzalige vlees uit te stijgen, dat vlees zelf te laten lijden, op een hoopje in een hoek, en zuivere en volmaakte vreugde te scheppen in de onvoorstelbare schoonheid van de gezangen en de woorden. Deze ervaring stelde mij door de analogie in staat een beter begrip te krijgen van de mogelijkheid goddelijke liefde te ervaren te midden van kwellingen. Onnodig te zeggen dat de gedachte aan het lijden van Christus in de loop van deze diensten voor eens en altijd mijn wezen binnendrong.[13]

 

Dag Hammarskjöld (1905 -1961)

Maartzon. In de dunnen schaduw, die de tengere berkenboom op de sneeuwkorst werpt, kristalliseert de bevroren stilte van de lucht. Dan – plotseling – de tastende lokroep van de merel, een werkelijkheid buiten je eigen werkelijkheid, het werkelijke. Plotseling: het paradijs, waar we door onze kennis buitengesloten zijn.[14]

 

2 Actuele spirituele ervaringen

 

Omstreeks 1980 begon ik met het verzamelen van spirituele ervaringen van in onze tijd levende mensen. Dat verliep eerst moeizaam, maar werd gaande weg gemakkelijker, naarmate de aandacht in onze samenleving voor spiritualiteit toenam. Een bekende verzameling in de literatuur over dit onderwerp is die van de godsdienstpsycholoog William James in zijn The varieties of religious experience.[15] Nu volgt een selectie van actuele spirituele ervaringen, afkomstig uit mijn eigen verzameling, uit die van anderen en uit de literatuur.

 

Anoniem 1983

In Zwitserland bracht ik een vakantie door, midden in de winter. Het was de bedoeling om afstand te nemen van alle nare dingen die ik in het ziekenhuis meemaakte.

Toen ik op een morgen een tocht maakte, werd ik op een gegeven moment gegrepen door de opkomende zon.

Alles om mij heen werd toen zo anders, het werd zo helder gekleurd, de strakke blauwe lucht - groene bomen met hier en daar sneeuw, de daken in het dorp.

Ik voelde me rustig worden.

Het was alsof er iets tegen me gezegd werd.[16]

 

Anoniem

Na een enorme hete periode barstte er zwaar onweer los, alsof de aarde eraan moest. Benauwd, angstig. De buien, die elkaar opvolgden, namen vrij plotseling af. De eerste zonnestraal trof mij zo diep als iets van aanwezigheid.[17]

 

James Russell Lowell

Ik had de vorige vrijdagavond een openbaring. Ik was bij Mary en toen ik iets zei over de tegenwoordigheid van geesten (…), begon Mr. Putman met mij te discussiëren over geestelijke zaken. Terwijl ik sprak rees het hele systeem voor mij op als een vage lotsbestemming, opdoemend uit de Afgrond. Nooit tevoren had ik zo duidelijk de Geest van God in mij en om mij gevoeld. De hele kamer scheen vervult van God. De lucht scheen heen en weer te gaan door de aanwezigheid van Iets, ik weet niet wat. Ik sprak met de rust en helderheid van een profeet. Ik kan niet zeggen, wat deze openbaring was. Ik heb er nog genoeg over nagedacht. Maar als ik daarmee klaar ben, zult ge het horen en de grootsheid ervan erkennen.[18]

 

Laura Reedijk, 1986

'Het was het licht'

Op een zonnige morgen in de Paasvakantie zag ik mijn oom Piet wegfietsen over de modderige weg die naar het dorp voerde. Een boerenman met klompen aan de voeten, op een zwarte fiets. Hij fietste weg in het stralende licht, op weg naar de oneindig­heid.

Op dat moment zag ik ineens dat alles in verband stond met alles. Ik zag dat het leven de moeite waard was en een zin had. Ik zag dat ik bestond en dat God bestond.

In dat heldere licht kreeg ik inzicht in de kwaliteit van het bestaan. Daar ging mijn oom Piet, met zijn alpinopetje op. Die norse man die om mij gaf, al zou hij dat nooit zeggen. Daar ging hij in dat Paaslicht in de wijdheid van het Friese land­schap.

Het was een moment van verlichting en begenadiging. Zó heb ik het later geïnterpre­teerd. Ik kreeg ook een gevoel van geluk; alsof ik even boven het bestaan was uitgetild

Mijn leven was naar dat moment gericht geweest. Van dat moment af leefde ik verder. Het was alsof het leven helder geworden was, bijna transparant. Vanaf dat moment wist ik dat het waard was geleefd te worden. Er was ook iets van roeping in deze beleving.

Maar eigenlijk zijn het allemaal te grote woorden. Eigenlijk is het niet mogelijk om een onbeschrijfelijke ervaring in woorden te vangen. Je weet alleen voor jezelf dat het een heel belangrijk moment was, omdat het, terug gehaald in de herinne­ring, troostende kracht heeft.

Nog steeds.[19]

 

Een Zwitser

Tijdens een wandeltrektocht kreeg ik plotseling het gevoel, boven mijzelf uit te worden geheven, ik voelde Gods tegenwoordigheid – ik vertel het precies zoals ik het ondervond – alsof zijn macht en goedheid mij geheel doordrongen. Mijn emotie was zo hevig, dat ik nauwelijks in staat was de anderen te zeggen dat zij door moesten lopen en niet op mij moesten wachten. Ik ging op een steen zitten, daar ik niet langer kon blijven staan, en mijn ogen vloeiden over van tranen. Ik dankte God, dat hij in de loop van mijn leven mij geleerd had hem te kennen, dat hij mijn leven droeg en medelijden had met het onbetekende schepsel en de zondaar die ik was. Ik smeekte hem vurig dat mijn leven gewijd zou zijn aan het volbrengen van zijn wil. Ik voelde zijn antwoord, inhoudend dat ik zijn wil zou doen van dag tot dag, in nederigheid en armoede, het aan hem, de Almachtige God, overlatend te beoordelen, of ik te eniger tijd geroepen zou worden in het openbaar van hem te getuigen. Toen verdween de extase langzaam; ik voelde dat God de gemeenschap met hem, die hij mij geschonken had, verbrak….[20]

 

Jeroen, 10 jaar (1992)

Toen ik 5 jaar was ben ik in Spanje geweest.

Wij waren bij het strand geweest en toen zei mijn moeder: 'laten wij naar de kerk gaan'.

Ik had geen zin om mee te gaan, maar ik moest mee.

Dus waren wij daar en toen stond er een groot kope­ren muziek­orgel. Mijn vader gooide er geld in en toen hoorde ik prachti­ge muziek.

Sinds toen wilde ik er elke dag naar toe.

Die vakantie vergeet ik nooit meer.[21]

 

Onbekende

In de leegte bij de dood van mijn moeder dacht ik, dat ik niet verder zou kunnen leven. Gebed, intensief gebed, opende echter de poorten. Een heldere stem zei: ‘Wees getroost, mijn dochter, je zonden zijn je vergeven.’ Een licht trok de aandacht van mijn ogen naar de tuin, en daar stond Jezus in een wit gewaad. Een weefsel van wolkjes zweefde om zijn hoofd en daalde langzaam over de witte kleding naar beneden. Hij zag er uit als een poort. Dat was heel mooi.[22]

 

Vrouw, 44 jaar

… plotseling bevond ik me, in een ruime navelstreng, zwevend op weg naar de plaats, die ik een verlaten had voor het tijdelijke. Er was geen fel licht, noch kou of droge lucht. Er waren geen harde voorwerpen, onaangename geluiden of geuren. Er heersten vrede en harmonie; en ik mocht er een deel van zijn. Ik was op weg naar De Oneindige Liefde…[23]

 

Vrouw, 43 jaar

Iemand, die onbekend wenst te blijven, vertelde mij dat zij jarenlang op bezoek ging bij ernstig zieken in het ziekenhuis. In de gang naar het ziekenhuis en in het verblijven bij de zieken vond ze haar geestelijk thuis. Waarom daar? Omdat, zo vertelde zij, toen zij jaren geleden onverwachts een zware operatie in het ziekenhuis moest ondergaan daar een bijzondere ervaring kreeg. De avond vóór de operatie, zo vertelde ze,  voelde ik me zo veilig, zó rustig, zodat iedereen van mijn familie me 'flink' vond, maar ik was niet flink, ik was alleen binnen een sfeer van veiligheid, van bescher­ming gekomen, die ik ervoer als de nabijheid van God.[24]

 

Vrouw, 53 jaar (1986)

In een periode waarin alles heel moeilijk was, bijna zonder uitzicht en zonder toekomst leerde ik mezelf mijn cirkelende gedachten, die nergens houvast vonden, onder controle te krijgen door heel consequent te denken aan reizen.

Ik ging in gedachten lopend naar de bus, met de bus naar de trein, met de trein naar Schiphol en dan met het vliegtuig boven de wolken.

En eens, toen ik weer boven de wolken vloog, voelde ik me opgenomen, ik ervoer een immense ruimte en een groot geluk.

Ik wist er maar één woord voor: 'God'![25]

 

Anoniem

Zondagmorgen zag ik uit mijn raam de zon opgaan.

Het was overweldigend. Die schittering.

Dat licht.

Ik wist........dit is God.

Toen kon ik pas echt bidden.[26]

 

Man, verder anoniem

Toen ik als jongen van ongeveer 12 jaar een gro­te R.­K.-kerk binnenstapte op een doordeweekse dag - ik stond helemaal alleen - en dacht: een lawine van stil­te. Het was een Godservaring, nooit vergeet ik dat moment.[27]

 

Hanna Visser

1. Men was wel blij voor mij:              2. Binnen de kortste keren

‘k had het er levend afgebracht.        draai je met het leven weer mee.

Maar ’t is gewaagd                             Ruzie, misbaar,

te praten over dood:                           of je het al aan kan?

te veel gevraagd.                               Wie vraagt ernaar?

 

3. Opnieuw in de woestijn,                4. Maar aan de overkant

de hete adem van de haat                 zag ik het land van honing, melk,

blaast in mijn nek.                              vol zon en groen.

Overal hongersnood,                         Met dat beeld voor ogen

watergebrek.                                      moet ik het doen.[28]

 

Anoniem.

Ik was op bezoek bij bejaarde mensen. De man was ziek en voelde zich erg bang voor de dood. Dicht bij elkaar gezeten las ik met hen psalm 23. Daarna was er een moment van diepe stilte en rust. Een zelfde moment beleefde ik, een heilig ontzag, toen ik vier weken later bij zijn dode lichaam stond om afscheid te nemen.[29]

 

Meinrad Craighead

Samen met mijn hond zat ik op een koel plekje aan de noordkant van het huis van mijn grootouders. …. Ik hield de kop van de hond vast en trachtte haar in slaap te aaien. Maar ze bleef mij met starende blik aankijken. Toen ik in haar ogen keek, besefte ik dat ik nooit verder zou reizen dan in de ogen van dit dier. Op dat speciale moment mocht ik door de ogen van mijn hond het oneindige zien, en ik was oud genoeg om dat ook te beseffen. Zij waren zo diep, zo verbijsterend, en zo onbereikbaar als een nachtelijke hemel. En net zo geheimzinnig was er een helder gewaarzijn van water binnen in mij, het geluid in mijn oren dat weerklonk vanuit mijn borst. Het was een rommelend, onstuimig geluid, het geluid van stromend water, een waterval, doorzichtig water. En ik begreep dat die twee dingen bij elkaar hoorden. Ik begreep ‘Dit is wat god is. Mijn moeder is water en zij is in mij en ik ben in het water’. ‘En ik hoorde een woord – “Kom”. En dat was het begin van mijn reis. Het was een uitnodiging die reis te beginnen. Die eerste unieke en wezenlijke ervaring heeft mijn hele leven getekend. Het betekent alles voor me. Het was de allereerste, innerlijke en essentiële uitnodiging die reis te aanvaarden met die persoon die tot mij sprak.[30]

 

Anoniem

In een oude kerk, temidden van rooms-katholieken en

protestanten, in een dienst van woord en tafel, door­stroomde mij

een niet in woorden uit te drukken gevoel. Ik wist me omgeven

door onzichtbare krachten die me boven mijzelf uittilden. Ik

beefde van ontroering, voelde de ademloze stilte die ons allen

bevangen had en besefte: God is in ons midden.[31]

 



[1] Martelaarsakten met daarin spirituele ervaringen, zoals die bijvoorbeeld van Perpetua werden eeuwen lang in de kerken van Noord Afrika voorgelezen. Zie Hans Lietzmann, Geschichte der alten Kirche, Berlijn 1961, p.161.

[2] Martelaarsakten t.z.p. p.87 – 88.

[3] Hans Lietzmann, a.w., p.178.

[4] Augustinus, Confessiones, vert. A. Sizoo, Delft 1948 2e druk, p.267.

[5] Symeon de Nieuwe Theoloog, Hymnen, Kapellen 1987, p.12 en p.134.

[6] Hl. Hildegard Scivias, Wisse die Wege, eine Schau von Gott und Mensch in Schöpfung und Zeit, Augsburg 1990, p.5.

[7] Deze tekst bevat het begin van het testament van Franciscus. Hij liet het zijn secretaris in september, kort voor zijn dood op 3 oktober 1226, opschrijven. Zie De geschriften van Franciscus van Assisi, Haarlem 1987 (4e druk), p.94.

[8] Bonaventura, Legenda Maior, c.1,n.5; vert.Voorvelt, in Ephrem Longpré ofm, Franciscus van Assisi en zijn religieuze ervaring, Haarlem 1977, p.33-34.

[9] Het visioenenboek van Hadewijch, Nijmegen 1989, p.22

[10] Gezondene der goddelijke Liefde III.3 in de verta­ling van Fem Rutke in: Gundolf Gieraths in Rijnlandse mystiek Haarlem 1981 p.85-86.

[11] Biografie van Suso van Elisabeth Stagel, in Ruhbach/Sudbrack, Christliche Mystik, Texte aus zwei Jahrtausenden, München p. 214,

[12] Het Mémorial, in Blaise Pascal Gedachten, Utrecht 1963, p.19.

[13] Uit: Anne Bancroft, Vrouwelijke mystici van de twintigste eeuw, Den Haag 1991, p.114.

[14] Aantekening uit het dagboek van Dag Hammarskjöld uit 1951, in Merkstenen, serie Spiritualiteit deel 19, Nijmegen p.57.

[15] Verschenen in 1902. Nederlandse vertaling: William James Varianten van religieuze beleving, Zeist 1963.

[16] Uit de verzameling van de auteur.

[17] T.z.p.

[18] William James, a.w., p.43-44.

[19] Uit: Laura Reedijk, Momenten van geluk,Kampen 1986, p.9. Zij publiceerde deze spirituele ervaring voor het eerst in het dagblad Trouw van 1 maart 1986.

[20] William James, a.w., p.45. Het is een spirituele ervaring van een Zwitser.

[21] Uit de verzameling van de auteur. De echtgenote van de auteur kreeg deze spirituele ervaring tijdens haar lessen op school van een leerling. Een foto van het orgel was bijgevoegd.

[22] Hans Stolp, De verschijningen van Christus in onze tijd, Baarn 2002, p.17. Bronvermelding, zie in de uitgave van Hans Stolp noot 3, p.28.

[23] Uit de verzameling van de auteur. Deze spirituele ervaring kreeg zij in een bijna-dood-ervaring op drie jarige leeftijd. 

[24] Uit de verzameling van de auteur.

[25] T.z.p.

[26] T.z.p.

[27] T.z.p.

[28] Hanna Visser, Uit het grensgebied, gedachten en gedichten, Sliedrecht 1991, p.29. Hanna Visser is een pseudoniem.

[29] Uit de verzameling van de auteur.

[30] Anne Bancroft, a.w., p.23-24.

[31] Uit de verzameling van de auteur.



< Terug naar inhoudsopgave